MacLaren Pipe Band


A Guide to Successful Piping
Direct toepasbare materiaalkennis en onderhoudstips voor de Highland Bagpipe
Door: Ivo Meex

Chanterriet
Het chanterriet is het riet waarop de melodie gespeeld wordt. Ook hiervoor geld dat er veel ver schillende soorten verkrijgbaar zijn. Buiten het verschil in vorm en opbouw, is er uiteraard ook verschil waarneembaar in de klank van verschillende rieten. Afgezien van een persoonlijke voorkeur voor een bepaald riettype, moet met in principe op elke rietsoort een goede toonladder kunnen blazen.

Het principe van een chanterriet is vrij eenvoudig. Het bestaat uit een stepel, een koperen buisje, waarom twee taps toelopende rieten delen bevestigd zijn. Deze zijn met het smalle gedeelte strak om de stepel gebonden en lopen breed uit naar de top van het riet, waar zich tussen de bladen een ovale opening bevindt. Doordat de lucht van boven door de opening stroomt, gaan de bladen van het riet trillen en ontstaat het geluid in de chanter.

Het stemmen van een chanterriet gebeurt door het dieper in de chanter te duwen (de toon wordt hoger) of juist verder uit de chanter te trekken( de toon wordt lager).

Kiezen
Wanneer je rieten gaat kiezen om op te spelen, zijn er een aantal dingen waar je op moet letten:

Controleer altijd of een riet niet “lek” is; dwz geen open kieren heeft aan de zijkant waar de bladen tegen elkaar aan liggen. Dit kun je controleren door te kijken, maar ook door de bladen voorzichtig tussen duim en wijsvinger tegen elkaar aan te drukken en in de stepel (metalen buisje) van het riet te blazen. Voel je lucht tegen je neus of kin, dan is het riet niet goed.

Let er verder op of het riet symmetrisch is; zijn de bladen links en rechts gelijk gevormd, liggen ze recht op elkaar en zijn de bladen op dezelde punten even dik? Kijk ook even of de opening tussen de bladen mooi gelijkmatig is en of hij niet te ver open staat; 1 mm is voldoende.

Een laatste controle is het met de mond aanblazen van het riet, zonder chanter wel te verstaan. Een goed riet zal hierbij een “scheurend” piepgeluid laten horen (of zoals de Schotten zeggen: “A good crow”). Een minder goed riet zal een hoge, scherpe pieptoon produceren.

Manipulatie
Wanneer je een riet koopt van een goede reedmaker, wil dat niet zeggen dat je per definitie een goed riet koopt. Riet is een natuurproduct en naast het feit dat het riet blijft “werken”, is het ook zeer gevoelig voor wisselingen in vochtigheid en temperatuur. Hieronder een paar “problemen” en de bijbehorende oplossingen:

Een veelvoorkomend probleem van chanterrieten is dat ze te stug zijn en dat de speler niet genoeg kracht heeft om zijn of haar riet behoorlijk aan te blazen of om er een behoorlijke tune op te spelen. Afhankelijk van de rietsoort moet het riet enkele weken ingespeeld worden om nog iets lichter te worden. Wanneer dit niet het gewenste effect heeft zijn er een aantal maatregelen te nemen:

Ook kan er even voorzichtig in de soundbox (het dikke gedeelte) van het riet geknepen worden vlak voor het spelen. Het riet wordt hierdoor tijdelijk een beetje soepeler en speelt dus lichter. Het knijpen in het riet moet echter heel voorzichtig gebeuren en heeft veel invloed op de klank van het riet. Wanneer je een beetje te hard knijpt, ontstaan er haarscheurtjes in het riet waardoor de levensduur ervan behoorlijk wordt verkort.

Een andere manier om het riet lichter te maken, is het afschuren van het riet. Door wat materiaal af te schuren van de soundbox van het riet, wordt hij lichter te spelen. Het is niet verstandig om de bladen van het riet bij te schuren, die zijn van zichzelf al vrij dun, waardoor de klank van het riet behoorlijk vervormd kan raken. En ook voor deze methode geldt dat de levensduur van het riet aardig.

Het plaatsen van een elastiekje rond de bladen van het riet is een andere optie om een riet lichter te maken. Sla een tandartselastiekje 3 a 4 keer rond de bladen van het riet. De spanning van het elastiek zorgt ervoor dat het riet makkelijker in trilling komt. Hoe hoger het elastiekje op de bladen van het riet geschoven wordt, hoe lichter het riet wordt, maar hoe hoger het ook gaat klinken. Het grote voordeel van deze maatregel is dat hij weer ongedaan gemaakt kan worden (in tegenstelling tot andere maatregelen).

Een ander probleem is dat een riet een goede toonladder produceert, maar dat er enkele noten niet goed klinken. Vaak is dit erg evident in de bovenhand of juist op de noten “d” en “f”. De oplossing voor dit probleem is uiteraard afhankelijk van het gegeven of de toon te hoog of te laag is.

Wanneer de noot te hoog is, is de oplossing eenvoudig: het betreffende gat in de chanter die de noot veroorzaakt, kan aan de bovenkant een beetje afgetapet worden waardoor de toon lager gaat klinken.

Wanneer de toon te laag is, is het probleem iets gecompliceerder: De eenvoudigste optie is het uitschrapen van het gat in de chanter die de noot veroorzaakt. Het gat wordt naar boven toe vergroot, waardoor de noot hoger gaat klinken.

Een andere manier om de toon hoger te krijgen is het riet verder in de chanter te duwen. Het resultaat hiervan is echter dat de gehele toonladder hoger gaat klinken. Dit is dan weer te compenseren door de andere noten aan de bovenkant van de chantergaten af te tapen.

De toonladder ligt letterlijk verdeeld over een chanterriet van de basis tot aan de top. Dat wil zeggen dat de trilling in de basis van het riet de lage tonen veroorzaakt en de trilling in de bladen van het riet (de top) de hoge tonen veroorzaakt. Wanneer je weet waar zich een bepaalde te lage noot bevindt, kun je, door precies die plek bij te schuren waar de toon “gemaakt” wordt, de toon ook nog verhogen. Dit vereist echter nogal was specialisme.

Wanneer een riet aan de lichte kant wordt en dus bijna aan vervanging toe is, kan het voorkomen dat het gaat overslaan. Dan produceert het riet in de lage noten soms een hoge pieptoon, doordat het de druk op de lage noten niet kan verdragen. In dit geval kun je de levensduur van het riet nog verlengen door de hoeken van de bladen van het riet schuin af te snijden. Hierdoor zal het riet minder snel overslaan.

Dronerieten
Er zijn minstens zoveel verschillende soorten dronereeds te koop, als er verschillende soorten bagpipes zijn. Toch zou je ze grofweg in twee categorien in kunnen delen:

De eerste categorie zijn de zgn “cane” rieten. Dit is het meest oorspronkelijke droneriet en het bestaat uit een hol stuk riet dat aan een kant dichtgemaakt is. De open kant wordt van onderen in de drone geplaatst en een lange kerf over de lengte van het riet zorgt ervoor dat het geluid maakt wanneer er lucht doorheen stroomt.

De tweede categorie zijn de kunststof rieten of ook wel “imitaitie cane rieten” (omdat vele fabrikanten hiervan proberen het geluid van een cane riet te imiteren).

De kunststof rieten bestaan bij de gratie van het onvoorspelbare karakter van de cane rieten. Cane rieten moeten lang ingespeeld worden voordat ze enigszins betrouwbaar zijn bij het inslaan en net als bij cane chanter rieten zijn ze erg gevoelig voor temperatuurswisselingen en vocht. Bovendien zijn geen twee stukken cane precies hetzelfde; dat houdt in dat het heel lastig is om drie drones op elkaar te stemmen en gestemd te houden. De kunststof rieten zijn stabieler in werking en in toon en bieden daarnaast een aantal extra mogelijkheden om de rieten af te stellen die cane rieten niet hebben. Cane rieten worden over het algemeen slechts nog door solisten gebruikt, daar ze in een band te veranderlijk zijn om een goede (drone)sound te verkrijgen.

Kunststof rieten
Hoewel er veel verschillende merken kunststof drone rieten zijn, is de werking in principe bij alle rieten gelijk:

Het riet bestaat uit een body: een holle buis die aan een kant afgesloten is en aan de “open kant” een tapse fitting heeft waarmee hij in de drone bevestigt wordt. In de lange zijde van de body zit een gat waarover een tong bevestigt is. Dit is het gedeelte dat gaat trillen wanneer er lucht door de opening de drone in stroomt en dus de klank veroorzaakt. Over de tong loopt een bridle (vaak van rubber of ander veerkrachtig materiaal) waarmee de juiste opening tussen body en tong gecreeerd wordt.
Aan de onderkant van het riet, de dichte kopse kant, bevindt zich vaak een “tuning screw” (stem- of stelschroef). Door deze schroef te verdraaien kun je de hoogte van je toon aanpassen.

Praktijk
Naast het leren omgaan met de kunststof rieten en het inspelen daarvan moet ervoor gezorgd worden dat ze goed bevestigd en afgesteld zijn:
Zorg ervoor dat de rieten stevig in de drones zitten. Meestal is de tapse fitting van de rieten niet voldoende en dat resulteert in luchtverlies en het risico dat de drones in de bag vallen. Een beetje gewaxte hemp op de fitting zorgt er meestal voor dat ze geheel vast in de drones zitten.

Door het afstellen van de bridle op de tong kun je de strekte van de dronerieten aanpassen aan de sterkte van je chanterriet. Wanneer je chanterriet aan de lichte kant is, zul je opening tussen de tong en de body van de dronerieten kleiner moeten maken, om ervoor te zorgen dat de dronerieten niet te weinig lucht krijgen. Andersom is het zo dat wanneer het chanterriet zwaar is, je de opening tussen de tong en de body van het droneriet groter moet maken, om ervoor te zorgen dat het riet niet dichtslaat onder de druk die vereist is voor het chanterriet.

Het aanpassen van de opening tussen de body en de tong bereik je door het verschuiven van de bridle over de tong. Probeer de drones een voor een af te stellen door de andere twee “af te doppen”. Verschuif de bridle in de richting die jij denkt dat nodig is (let op: een halve millimeter geeft een groot verschil in de werking van het riet). Probeer de drone uit door de set aan te blazen tot de chanter geluid maakt. Hoor je uit de drone een hoge fluittoon, dan staat de tong te ver open, slaat hij echter dicht, dan staat de tong te ver dicht. Wanner de drone goed staat, probeer dan middels het spelen van een tune of de drone niet toch nog dichtslaat. Herhaal deze methode tot alle drie de drones goed staan afgesteld.

Met de stelschroef onderaan het riet kan de toonhoogte van de drone afgesteld worden. Deze schroef is aangebracht om het bereik waarover de drone gestemd kan worden te vergroten, dus bovenop het bereik dat je hebt door de drone “korter” of “langer” te maken. De reden hiervoor is om de speler de kans te geven zijn set te stemmen op het ideale stempunt. Hiervoor is enige uitleg vereist:

De drones van je pipes hebben een punt waarop ze de maximale sound produceren; dwz dat de sound het best is wanneer de drone tot op een bepaalde hoogte uitgeschoven wordt. Voor een tenordrone geldt dat de onderste windsels van de hemp net zichtbaar moeten zijn. Dan is de stemkamer ( het dikke gedeelte) groot genoeg om een goede sound te verkrijgen. Voor de bass drone geld dat de bovenste joint tot op de hemp opgeschoven moet zijn en bij de onderste joint ongeveer twee vingers breedte moet hebben tussen basis en top.

Wanneer de pipes op deze manier gestemd worden, kan men natuurlijk niet verwachten dat ze stemmen met elkaar, laat staan met het chanterriet. Nu kun je dus dmv het stellen van de schroef ervoor zorgen dat de drone wel met het chanterriet stemt op de ideale lengte van de drone.

Voor de schroef geldt eigenlijk hetzelfde als voor de drone zelf: wanneer je de schroef uitdraait (linksom) wordt het riet langer en de toon lager. Dit compenseer je door de drone hoger en dus korter te maken. Wanneer je de schroef indraait (rechtsom) wordt het riet korter en de toon hoger. Dit compenseer je door de drone langer en dus lager te maken

Vocht
Highland Bagpipes hebben een haat-liefde verhouding met vocht. Het chanterriet van de bagpipe heeft namelijk een bepaalde mate van vocht nodig om warm en ingespeeld te raken, maar voor de rest moet men proberen om vochtigheid van het instrument zoveel mogelijk te beperken, omdat het verder alleen negatieve effecten heeft. Dronerieten slaan dicht als er teveel vocht in zit en de hemp op de drones gaat vastzitten. Een teveel aan vocht in het chanterriet maakt het chanterriet onstembaar (lik dus nooit aan je riet!!!). Omdat de kunststof pipe bags die tegenwoordig gebruikt worden helemaal geen water absorberen, is het dus raadzaam om een vochtprotectie systeem aan te brengen in je pipes. Om in een band te zorgen dat de rieten van de afzonderlijke spelers ongeveer gelijkmatig nat worden (en dus niet te nat worden) is het belangrijk dat iedereen met een vochtprotectiesysteem speelt, zelfs wanneer je geen “natte blazer” bent.

Sleeve
De meest gebruikte bag in pipebands tegenwoordig is de bannathyne hide zipper (met leren buitenkant en een ritssluiting). Met deze zak wordt een zgn “sleeve” meegelevert. Dit is een metalen veer met daarom een absorberende doek die bevestigd is aan een pvc koppelstukje. Deze wordt onder in de stock van de blowpipe aangebracht. Je blaast de vochtige lucht dus door deze sleeve heen en voordat deze door de drone- en chanterreeds gaat, zou hij in ieder geval een stuk droger moeten zijn dan voor hij door de sleeve ging.

Het nadeel van de vochtsleeve is dat hij vrij veel vocht in de lucht laat zitten (door de grote opening van de veer en de doek). Let erop dat je sleeve goed vastzit in de stock van je blowpipe met gewaxte hemp, dit laatste ivm het vele vocht dat erlangs gaat.

Om de levensduur en de functionailiteit van de sleeve optimaal te houden, moet je deze elke keer direct na het spelen uit de bag verwijderen, nog voordat de pipes ingepakt worden. Laat de sleeve aan de lucht drogen; door het drogen op de verwarming wordt de absorberende doek hard en verliest zo aan absorberend vermogen. Vlak voordat je weer gaat spelen, kun je de sleeve weer in de bag plaatsen.

Praktijk
Controleer na het spelen altijd of er vocht in je pipes zit. Indien dit het geval is, haal dan alle joints los van elkaar en laat deze aan de lucht drogen. Houd wel de bases van de tenordrones goed uit elkaar; die zijn identiek! Wellicht ten overvloede: houd natte pipes altijd uit de buurt van de verwarming!

Hetzelfde geldt voor de dronerieten. Wanneer deze vochtig worden tijdens het spelen (wat vaak het geval is) loop je het risico dat ze sneller ontstemt raken en zelfs dichtslaan tijdens het spelen. Daarom is het verstandig ook deze na het spelen te verwijderen uit de drones en even aan de lucht te laten drogen.

Wat het chanterriet betreft: Deze hoort in elk geval (nat of niet nat) na het spelen verwijdert te worden uit de stock (niet uit de chanter dus) en afgedekt te worden met de reedprotector. Deze zorgt voor een min of meer contstante luchtvochtigheid en beschermt het riet tegen beschadiging.

Hempgebruik
Hemp (hennepdraad) is het materiaal dat sinds oudsher gebruikt wordt om de joints (lett: gewrichten) van de pipes vast te zetten. Omdat vastzetten een relatief begrip is, is het verstandig de mate van vastzetten even toe te lichten:

Omdat de plek waar de bases van de drones vastzitten in de stocks van je pipes geen lucht mogen lekken, moeten deze vrij vast zitten. Echter niet te vast, want anders loop je het risico dat je stocks barsten onder de druk van de hemp. Vuistregel hierbij is dat je de drone (een beetje moeite) met een hand uit de stock moet kunnen draaien, wanneer je met je andere hand de stock vasthoudt. Ben je bang dat de drones te vast zitten of juist te los, vraag dan even aan P/M of P/S om ernaar te kijken.

Voor de hemp op de basis van de blowpipe en de chanter geldt hetzelde als voor de bases van de drones. Let er wel op dat de blowpipe als snel erg vast kan gaan zitten, door speeksel en condens dat door de blowpipe loopt. Vaak is het daarom verstandig de blowpipe na het spelen te verwijderen en de hemp te laten drogen.

Voor de rest van de joints van de drones geldt een andere regel: In principe moet het instrument te stemmen zijn door de speler zelf (zonder hulp van een ander dus). De joints van de drones moeten daarom met een hand te verstellen zijn! Zorg ervoor dat wanneer je hemp op de drones draait, dat ze net vast genoeg zitten om niet in te zakker wanneer ze rechtop staan. Zorg er ook voor dat de drone op het punt van de joint niet kan wiebelen: door de basis vast te houden en de top voorzichtig heen en weeg te bewegen of te draaien kun je eenvoudig controleren of hij goed past.

Soorten
Gele, droge hemp: Deze soort is vrij onregelmatig gedraaid (op sommige stukken veel dikker of dunner dat andere stukken) en is niet bewerkt met was of vet. Indien gewenst kan men deze draad met was bewerken alvorens de draad op de pipes te draaien.

Gele, gewaxte hemp: Deze soort is reglematiger gedraaid dan de droge gele variant en bovendien voorzien van een waslaag. De draad is bovendien sterker dan de droge variant.

Zwarte, gewaxte hemp: Deze soort is alleen in de gewaxte variant verkrijgbaar. Hij is nog regelmatiger van structuur dan de gele gewaxte hemp. De zwarte wax is over het algemeen “teerachtiger” dan de gele gewaxte hemp.

Voor en tegen
Over het algemeen is gewaxte hemp beter dan droge hemp. Deze neemt namelijk minder water op en zal dus minder snel uit gaan zetten wanneer het instrument vochtig wordt. Droge hemp zal in dit geval meer uitzetten (omdat het vocht opneemt), waardoor de drones vast gaan zitten. Het instrument is dat heel lastig te stemmen en je loopt het gevaar dat de stemkamer (het dikke gedeelte op de drone waar de slide inglijdt) knapt! Gewaxte hemp is regelmatiger gedraaid dan de droge variant en dat maakt het makkelijker om de drones gelijkmatig te hempen. Een ander nadeel van de onregelmatigheid van droge hemp is dat de dunne gedeeltes snel knappen wanneer je de hemp strak op de drone probeert te draaien.

Zwarte gewaxte hemp is, zoals eerder vermeld, erg teerachtig. Het grote voordeel hiervan is, dat hij zich helemaal “zet” naar de drone, wanneer deze over de hemp heen geschoven wordt. Nadelig van deze hempsoort, is dat hij vrij dik is; dat houdt in dat je al snel te veel hemp op de joint hebt gedraaid en dat je er weer een hoop vanaf moet halen. Een ander nadeel is dat de hemp zich door zijn dikte nog zo ver zet nadat hij op de pipes is gedraaid, dat je vaak een week later nog iets bij zult moeten draaien. Voordelig is wel dat het hempen van je joints niet zo lang duurt. De zwarte hempsoort neemt niet gauw water op, maar wanneer hij een keer goed nat wordt, gaan de joints extreem vastzitten!

Gewaxte gele hemp heeft over het algemeen alle voordelen van de zwarte gewaxte variant. Daarnaast is hij dunner dan de zwarte; dat maakt de dosering makkelijker, maar je hebt deste meer tijd en hemp nodig om je drone te hempen. Ook deze soort zet zich heel mooi naar de drone wanneer die over de hemp schuift.

Keuze
In principe zijn alle drie de soorten hemp goed om je set pipes mee te bewerken. Voor- en nadelen zijn deels subjectief en slechts door ervaring met de verschillende soorten materiaal zal je een voorkeur ontwikkelen. De gele droge hemp heeft niet altijd hetzelfde volume (hangt af van de vochtigheid). Dit zou een nadeel kunnen zijn. Echter, volgens sommige pipers is dit juist een voordeel omdat de speler voor het spelen mbv een beetje speeksel de hemp het juiste volume kan geven.
Mijn persoonlijk advies is echter om in ieder geval gewaxte hemp te gebruiken. De regelmatige structuur van de draad en de waslaag zijn in mijn optiek onmisbare voordelen. De laatste adviezen uit Schotland zijn om op het hout van de drones te bedekken met zwarte hemp (de eerste en evt tweede laag) en daarna de rest met gele gewaxte hemp op de draaien. Zo combineer je de voordelen van beide soorten.

Alternatieven
In “Piping-Nederland” worden ook nogal eens wat alternatieven gebruikt voor hemp. Floss-draad en teflon gastape zijn daar de bekendste voordelen van. Deze zijn echter sterk af te raden. Floss-draad is per definitie van het product zeer onregelmatig en daarom uiterst ongeschikt voor het creeren van een gelijkmatig oppervlak op je joints. Teflon gastape is te glad en laat snel los; je moet veel vaker je joints weer vastzetten.

Praktijk
Het “hempen” van je drones is eigenlijk vrij eenvoudig:
Leg aan een kant (boven of onder, wat je zelf makkelijker vindt) de hemp vast op de ribbels die daarvoor in het hout zijn gedraaid, met de “eerste helft” van een strik. Vervolgens draai je de draad gelijkmatig op, tot je aangekomen bent bij het punt waar de ribbels in het hout ophouden. De hemp zal in deze eerste laag niet het gehele hout bedekken, maar eerder de ribbels vullen. Vervolgens draai je de hemp weer terug naar het punt waar je begonnen bent. Let er in deze tweede laag op, dat de windsels netjes tegen elkaar aan liggen, zodat er een gelijkmatig oppvervlak ontstaat.

Op deze manier leg je drie a vier lagen op je pipes, afhankelijk van de dikte van de hemp en de boring van je pipes. Tussentijds “passen” voorkomt dat je teveel hemp op je joints draait. Mocht je op een punt komen dat de drone nog net niet voldoende past, maar waar een extra laag teveel van het goede zou zijn, draai dan een laag hemp waarbij de windsels niet tegen elkaar aanliggen, maar enkele milimeters van elkaar liggen. Vervolgens even passen en eventueel de handeling herhalen wanneer de gewenste dikte nog niet is bereikt. Over het algemeen geldt dat hoe nauwkeuriger en strakker de hemp gedraaid wordt, deste beter is het eindresultaat!

Om het laatste eindje goed vast te leggen doe je het volgende: leg je duim in lengterichting tegen de drone aan, wijzend naar de kopse kant van het hout. Draai om je duim en de drone een “8”, (waarbij je duim en de drone dus allebei een cirkel van de “8” vormen). Sla vervolgens de lus die om je duim ligt om over de kopse kant van de drone heen en trek het uiteinde van aan. Mocht je er niet uitkomen, vraag P/M of P/S om raad.